Weerom noar hoes?

Ik krijg regelmatig de vraag gesteld of ik ooit weer terug ga naar Groningen. Ook als ik die vraag ontkennend beantwoord, is de tegenvraag: “Maar toch zeker wel als je met pensioen gaat?” Ik ken collega’s die bijzonder gecharmeerd zijn van het Groninger land en de mentaliteit daar. Gewoon “nait soezen moar kop d’r veur”. En als je daar vandaan komt, wat heb je dan te zoeken in de drukke Randstad? Natuurlijk liggen mijn roots in Groningen. We komen er graag, je kunt er prachtig wandelen en de stad Groningen blijft altijd trekken. Ik weet nog goed toen ik in het Haagse Filmhuis kippenvel kreeg toen halverwege de film ‘De Poolse bruid’ over een Groninger boer opeens dat bekende lied van Ede Staal “Het Hoogelaand” klonk. Dan weet je weer, daar kom ik vandaan. En altijd als ik dat lied hoor, geniet ik van die stem, maar vooral de manier waarop Ede het Groningse gevoel neerzet. En op de dag van de Groninger taal in het voorjaar hebben we ademloos naar een lange documentaire over Ede Staal gekeken.

Maar ik woon inmiddels langer in Den Haag, dan ik ooit in Groningen heb gewoond. En wij voelen ons enorm betrokken bij het reilen en zeilen van deze stad en zijn gewoon enorm chauvinistisch. Als er weer eens kritiek klinkt op Den Haag, voel ik me altijd aangevallen. En ik volg ADO intensiever dan ik FC Groningen ooit heb gedaan. Soms bezoek ik een wedstrijd of anders luisteren we naar de liveuitzending van omroep West. En natuurlijk sluit je nooit iets uit, maar het lijkt mij onwaarschijnlijk dat we hier ooit vertrekken. We wonen met veel plezier in het mooie centrum van Den Haag en vinden het geweldig het huis helemaal naar onze smaak in te richten. En in de tuin hangt sinds kort een naambordje met de veelzeggende titel “Hof van Heden”.

Toch zijn mijn gedachten vaak in Groningen. Bijvoorbeeld nu met de politieke rel rond de regiotram. Het college is gevallen en in de lokale PvdA zijn de messen getrokken. Ik volg daarom op twitter de lokale pers op de voet. En gelukkig praten we thuis nog altijd Gronings. We hebben het vijf minuten geprobeerd om Nederlands tegen elkaar te praten, maar dat werkte niet. En elk jaar organiseren we met een klein clubje de Groninger Kerkdienst in de Oude Lutherse Kerk in hartje Amsterdam (dit jaar op zondag 28 oktober). De kerk zit elke keer helemaal vol met Groningers die weggetrokken zijn uit het noorden. En als Harry Donga dan in het Gronings preekt dan voel je de taal bovenop je huid zitten. En na afloop gaan we met Groningse vrienden altijd even wat drinken en eten in Amsterdam. Maar als mijn lief vraagt “Weerom noar hoes?, dan weet ik wat ze bedoelt. Ons thuis is de Lange Lombardstraat in Den Haag.

En wie geïnteresseerd is: hier een linkje naar de Groninger Kerkdienst

Reacties

  1. Hi Jan, een blog waar ik kippenvel van krijg. Met passie en gevoel geschreven, en ja de laatste woorden “als mijn lief vraagt” geeft de doorslag. Jullie zijn een fantastisch stel lieve mensen, en Den Haag, mijn stad, mag blij zijn met jullie. lieve groet van een Haegsche Kakker (of valt het mee)

  2. Helemaal met Maria eens. Ik zou het niet beter kunnen verwoorden. Het is een groot plezier je blog te lezen. Ik stuur hem door naar mijn broer en schoonzus die helemaal idolaat zijn van Groningen. Groet van een collega die het maar niet wil begrijpen wat jullie in die drukke randstad zoeken. Maar nu begrijp ik het wel een beetje hoor ….