Ons vergeten verleden in Suriname

Waarschijnlijk gaat er bij u geen lichtje branden als ik u vertel dat 1 juli voor veel Surinamers een heel belangrijke dag is. Tot nu toe stond ik er ook niet bij stil, maar sinds onze vakantie naar Suriname is er veel veranderd. Op 1 juli wordt namelijk bij het slavenmonument in Amsterdam elk jaar het eind van de slaventijd herdacht (1863).

Geschiedenis was altijd mijn favoriete vak op school, maar ik kan mij helemaal niets herinneren dat mijn leraar ooit iets verteld heeft over de escapades van de Hollanders in Suriname. Ja, prachtige zendingsverhalen, daar was onze meester op de lagere school een kei in. Spannend tot het slot. In Suriname herinnert nog heel veel aan de koloniale tijd. Waar vind je in Zuid-Amerika de Keizerstraat of de Jodenbreestraat? En Nederlands is nog steeds de officiële taal. Dus kun je ook in een marrondorpje (marrons zijn nazaten van gevluchte slaven) gewoon lekker Nederlands praten. Toch lijkt het wel alsof de Nederlandse koloniale tijd wordt doodgezwegen. Terwijl er toch miljoenen mensen uit West-Afrika onder erbarmelijke omstandigheden werden verscheept naar de Nederlandse kolonie Suriname (en de Nederlandse Antillen). Ontvoerd uit hun eigen leefomgeving om slaaf te worden op een van de vele honderden koffie- en suikerplantages rond de Commewijne- en Cotticarivier. De slaven werden vaak mishandeld en moesten zich onderdanig gedragen. Willekeur was troef. Een slaaf stelde gewoon niets voor. Die was dom, primitief, goddeloos en kon maar een ding: hard werken voor de Hollandse onderdrukker. Wie nu in Fort Zeelandia in Paramaribo rondloopt of naar de resten kijkt van de plantage Joden Savanna, kan zich eigenlijk helemaal geen voorstelling maken van het leven van die slaven.

Op vakantie hadden we een paar boeken meegenomen van Cynthia Mc Leod en zij weet het wel over te brengen. Ik wist niet wat een ‘Spaanse Bok’ betekent, maar als een slaaf dat kreeg dan zwaaide er wat. Dan werd hij afgetuigd met een zweep. In het boek over de vrije negerin Elisabeth Samson beschrijft Mc Leod wat een ‘zevenhoek’ is. Dat was een oefening voor soldaten om op zeven straathoeken in Paramaribo een groep slaven af te tuigen. Soms vielen er doden, maar dat deed er niet toe. Het was immers een leuk tijdverdrijf? Natuurlijk moet je alles in de tijd plaatsen, maar tijdens onze reis door Suriname snapte ik er steeds minder van waarom dit op school allemaal niet verteld is. Van de jaren 40-45 weten we alles en ook van de koloniale jaren in Nederlands Indië zijn boekenkasten vol geschreven. Maar Suriname? Het lijkt wel of we dit liever maar vergeten.

Volgend jaar is in ieder geval een bijzonder jaar. Op 1 juli 2013 is het namelijk 150 jaar geleden dat de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Amsterdam wil dit – gelukkig! – groots aanpakken. Er is zeven ton voor uitgetrokken om deze gebeurtenis onder de aandacht te brengen. Hopelijk gaat ook 1 juli een beetje in ons hoofd zitten als een belangrijke datum. En het zou natuurlijk mooi zijn als vervolgens Cynthia Mc Leod Zomergast is bij de VPRO. In haar boeken vertelt ze meeslepend over de slaventijd en zij kan ongetwijfeld voor een opvoedkundig tv-avondje zorgen. Opdat wij niet vergeten…

Literatuurtip: ‘De vrije negerin Elisabeth: gevangene van kleur’ en ‘Hoe duur was de suiker’ van Cynthia Mc Leod

Reacties

  1. Met belangstelling te blogs gelezen. Interessante onderwerpen. Ik kijk uit naar je volgende blog